De jongen die de deur van het Folklore Center binnenkomt is Bob Dylan. Uiteraard. De vraag snel daarna naar het ziekenhuisadres van Woody Guthrie is een mooi gevonden inleiding tot de film. Een detail dat volgt is wellicht nog interessanter. De grote jonge man met baard, die de jonge Bob verder helpt met zijn adresgegevens. Hij moet aan de andere kant van de Hudson zijn, in New Yersey, waar hij – zegt Bob – net vandaan komt. Die man moet Dave Van Ronk zijn, de gelijkenissen zijn te opvallend. Prachtige casting. De film laat het verder in het midden, het is allemaal prettig impliciet, zoals er door de hele film buitengewoon veel Dylanfeitjes langskomen die een vanzelfsprekende functie krijgen in het grotere verhaal, zonder dat het geheel van die vertelling bezwijkt onder alle details. Robert Zimmermann, het zelfopgediste, steeds wijzigende verhaal over zijn jeugd, de kermis, de bronnen van zijn muziek, de overal op bureaus rondslingerende typoscripten van weer nieuwe tekstuele erupties, het whistle-fluitje dat Dylan buiten op straat bij een kraampje ergens in New York koopt (‘Do you have kids, sir?’ ‘I have thousands’)… Hét fluitje, van Highway 61 Revisited.
En dan is er de beeldvoering. Met zeer veel accuratesse zet James Mangold – eerder ook regisseur van de Johnny Cash-film Walk the Line (2005) – talrijke iconische foto’s uit de Dylan-biografie om in bewegend beeld, met aandacht voor de kleinste details, waarbij ook de lichaamstaal en fysionomie van hoofdrolspeler Timothée Chamalet vaak tot in de perfectie wordt uitgevoerd. Platenhoezen komen tot leven (The Freewheelin’), talrijke fragmenten waarvan veel bestaande footage is – niet alleen Newport, maar ook de vele straatscènes, beelden van optredens – worden prachtig in de film verweven. Mangold heeft zeer goed gekeken naar de al bestaande klassiekers, zoals Pennebakers Don’t Look Back, No direction Home van Scorsese, Todd Haynes’ I’m not there en waarschijnlijk ook naar Inside Llewyn Davis van de Coen brothers.
De film is misschien wat hagiografisch in de verbeelding van het icoon Dylan temidden van zijn wegbereiders, die later niet altijd meer voluit medestanders zijn. Pete Seegers wordt desondanks mooi geportretteerd, Alan Lomax komt misschien nèt iets te negatief over het voetlicht, en Johnny Cash misschien weer net wat te ruw en onversneden country. Alhoewel daar Dylan zelf weer is die het denken in genres steeds maar weer doorbreekt, en grenzen slecht waar die vaak maar al te gekunsteld zijn. En die in Cash maar al te goed – ook in de opeenvolgende jaren in Newport – een geestverwant en blood brother weet. En dan natuurlijk Dylans verhouding tot Joan Baez.
Wie de vorig jaar in de bioscopen draaiende Baez-documentaire I am a noise zag, hoorde daarin nog maar weer eens de duidelijke haat-liefde verhouding die er, zeker in latere jaren en zeker vanuit Baez ten opzichte van Dylan, was ontstaan. A Complete Unknown vertrekt vanuit het beginpunt, laat de eerste kennismakingen zien, en toont ook heel mooi het grotere kader van zowel Baez als Dylan in de folk music scene van die jaren, mét de aantrekkingskracht die beiden op elkaar uitoefenden, en mét de onuitstaanbare, vaak regelrecht vileine uitwerkende hyper-egocentrische trekken die Dylan zo nu en dan vertoonde, eigenlijk al vanaf het begin van de relatie, maar voor Baez in toenemende mate onuitstaanbaar. Het is een mooie verhaallijn in de film, met – weer een hoogtepuntje – een zinderend in beeld gebrachte vertolking van It ain’t me babe op het Newport-festival van 1964 als een belangrijk markeringspunt van die verhaallijn, in de film nog net weer iets uitvergroot maar wel in de geest van het origineel.
Veel in de film wordt, kenmerkend voor het genre van de biopic, dramatisch geënsceneerd, en of het historisch allemaal klopt is af en toe ook zeker de vraag.* Maar de sfeer van de film klopt. De opkomstjaren van de folk scene te midden van de Koude Oorlog-politiek, met de Cuba-crisis als een van de referentiepunten. De steeds meer succesvolle optredens, de groupies die Dylan al snel achtervolgen, zijn niet-aflatende maar vaak vergeefse pogingen om aan het eigen succes, maar vooral aan de projecties van anderen te ontkomen, het geld in de ogen van de platenbazen van Columbia, het in toenemende mate geleefd worden. De opnamesessies (‘Who wrote this song?’ ‘He wrote it’) van eerst de akoestische platen, later de elektrische. De belangrijke mensen bij die latere fase van Dylan in de film, waaronder Dylans vriendschap met Bob Neuwirth, het prachtige rolletje voor gitarist/toetsenist Al Kooper en het belang van ook zijn aanwezigheid voor het ontstaan (en kenmerkende geluid!) van Highway 61 Revisited. En de sfeer ook van Greenwich Village, van Mac Dougal Street, met het Folklore Center, de platenzaken, cafés en natuurlijk het iconische Chelsea Hotel. En bij herhaling het Newport Folk Festival, waar veel van de verhaallijnen van de film in samenkomen. En waar Dylan in 1965 (met Suze Rotolo achterop) per motor aankomt, tussentijds nog even vertrekt – met in die sequence een hilarische Johnny Cash-scène – om weer terug te keren voor het uiteindelijk tot legendarische proporties uitgegroeide optreden met de eerste elektrische vertolkingen van Maggie’s Farm en Like a Rolling Stone. Waarna (ook in de film) je als kijker na al die jaren opeens weer heel fris – en anders – luistert naar het weer akoestische, solo uitgevoerde It’s All Over Now, Baby Blue.
Helemaal over is de film dan nog niet, want A Complete Unknown eindigt met Dylan die wegrijdt op zijn motor. Ook weer zo’n gelukkig niet al te expliciete verwijzing naar een iconisch, later moment in de Dylan-biografie. Alleen maar een verwijzing of ook een aankondiging van wellicht een heel andere sequentie na deze biopic over een eerste deel van Dylans leven? Laat het maar speculatie blijven, A Complete Unknown is rijk genoeg om de vroege Dylan weer te doen herleven en de oudere platen af te stoffen en opnieuw te beluisteren. Of opnieuw te kopen.
* Historisch correct is het (zeker in de details) allemaal zeker niet, maar in functie van de film zijn de keuzes vaak goed verdedigbaar. Zie daarvoor bijvoorbeeld WatchMojo.com, ‘Top 10 Things A Complete Unknown Got Factually Right and Wrong’ geraadpleegd 28/2/2025.