De route duurt te lang. We zijn onderweg. In een lieflijk frans, herfstachtig landschap. De weg daalt, en slingert, om uiteindelijk uit te komen in het midden van een klein plattelandsdorp. De auto wordt geparkeerd aan de kant van de weg, bij de plaatselijke bakker. Die dicht is. Zoals er in het uitgestorven dorp meer niet meer is wat het vroeger wel was. Her en der de zo kenmerkende borden ‘A vendre’. En we betreuren een dode. De bakker Jean-Pierre Rigal. Jérémie, voor even teruggekeerd in het dorp, condoleert de vrouw. ‘Wil je hem nog zien?’. De dode ligt heel vredig op zijn bed. In de kamer zit eveneens een zoon. De beide mannen schudden elkaar onwennig, en gereserveerd, de hand. Hoe Jérémie zich verhoudt tot het bakkersgezin is niet helemaal direct duidelijk. Er broeit iets.
Er broeit heel veel meer in deze tragikomische film. Niets is wat het lijkt. Jérémie, vroeger boezemvriend van zoon Vincent, blijft die avond hangen in het huis, om daar uiteindelijk nog veel langer te blijven. De eerste avond blijft zijn blik hangen aan een vrij recente strandfoto van de recent overleden bakker, nar blijkt zijn vroegere werkgever. Te lang. Daags erna gaat Jérémie op verkenning uit, op zoek naar schoolvrienden van weleer. Op een boerderij in het dal, net buiten het dorp, woont de inzichzelf gekeerde Walter. Die treedt Jérémie gereserveerd tegemoet, maar Jérémie weet wel een afspraak te maken om nog een keer langs te komen, voor een borrel. Die afspraak volgt snel, en de pastis vloeit rijkelijk. En maakt ook de film vloeibaar. Jérémie toont opzichtig zijn sexuele interesse in Walter, die dat geschrokken afwijst. Maar onderhuids is meer gaande. Veel meer. Ook bij de zoon Vincent, die het doen en laten van Jérémie met argwaan volgt, en de voormalige bakkersleerling weg wil hebben uit het dorp. Het leidt in de vroege ochtenden die volgen tot mooie scènes, wanneer Vincent in de nauren van de nacht al op pad voor zijn werk eerst langs gaat bij de nog slapende Jérémie, om hem, met steeds meer urgentie, te sommeren op te rotten, en om vooral niet zijn moeder in de luren te leggen met een in de film langere tijd in de lucht hangende belofte om de bakkerij van de overleden vader over te nemen. En om vooral ook niet te denken dat het hem zal lukken met zijn moeder naar bed te gaan.
Wanneer we opnieuw langere tijd gevangen zitten in het uitzicht vanuit een auto op het Franse platteland, nu niet onderweg naar het dorp, maar slingerend steeds dieper het bos in krijgt de film nieuwe dimensies. Voor zover het allemaal al onschuldig was, het paddenstoelen plukken in het herfstbos, de worstelpartijen tussen de voormalige schoolvrienden, dan komt daar vrij resoluut een einde aan. Jérémie waant zich onbespied en lijkt ook onbespied. Maar dat is buiten de alziende abt van het dorp gerekend, die als de onschuldige wolf in vermomming, compleet met paddenstoelenmandje en grote wandelschoenen onder zijn pij, naar de lekkerste, en meest zeldzame paddenstoelen zoekt, en een onheilspellend talent heeft om die te vinden. Betrekkelijk alwetend is hij ook, en in ieder geval alomtegenwoordig, en in zijn hoedanigheid als zielenhoeder van de lokale gemeenschap ook vaste gast aan tafel bij Martine. Vincent blijkt verdwenen, en aan haar keukentafel worden, onder het genot van wijn en opnieuw pastis, steeds mooiere theorieën besproken over diens verdwijning. Zijn vrouw tast in het duister, Jérémie weet van niets, Martine speculeert en de abt doet mee. Vincents vrouw zit in toenemende mate van ongerustheid ook aan. Walter drinkt zwijgzaam zijn pastis mee. Ook de plaatselijke politie komt langs, voor de vuist weg formulerend met een opmerkelijke doortastendheid, die de kijker goed kan beoordelen, zoals hij zich ook kan vermaken bij de allengs meer kronkelende vluchtredenaties van Jérémie. Het net lijkt zich meer en meer te sluiten, maar dat is buiten de abt gerekend, in een meer en meer absurdistisch, geserreerd en ingetogen gefilmd, maar juist daardoor hilarische plot met talrijke omkeringen. Wie biecht bij wie, wie is op liefdesjacht, wie lost de raadsels op – en wie is nog in staat om onschuldig-naïef de pseudo-idylle van het Franse, wegstervende platteland te aanschouwen? Wellicht de agenten, alhoewel die ook niet willen aanschouwen wat ze uiteindelijk bij de abt thuis te zien krijgen. Heerlijke film!