Jeunes mères. Weerbaarheid, boven alles

Regie: Jean-Pierre en Luc Dardenne | Met: Babette Verbeek, Elsa Houben, Janaïna Halloy Fokan, Lucie Laruelle, Samia Hilmi | België, 2025

De eerste beelden van Jeunes mères, de nieuwe film van de veelgeprezen Belgische filmmakers Jean-Pierre en Luc Dardenne, zetten de toon voor de film als geheel. In de gezamenlijke keuken van de woongemeenschap die bestaat uit een aantal jonge moeders, hun baby’s en hun begeleiders gaat het er levendig en op het eerste gezicht ontspannen aan toe. Bij het komen en gaan van de tienermoeders worden er afspraken gemaakt over wie er deze avond kookt, en dat koken gebeurt op basis van wat de koelkast te bieden heeft. Deze dag iets met aubergines, waarbij Naïma de kookbeurt van Perla zal waarnemen.

Vanuit het beeld met een aantal van vrouwen – meisjes zijn het allemaal nog, zo tussen de vijftien en achttien jaar jong, alhoewel de leeftijden meestal niet expliciet gegeven worden – zwenkt de camera vervolgens de kamer uit met Perla, die het huis verlaat voor een afspraak met haar vriendje. We zien het jonge stel vervolgens op de drempel van de jeugdgevangenis waaruit de jongen net vrijgelaten is. Hij verheugt zich vooral op het eerste jointje dat hij na twee maanden van Perla aangeboden krijgt, heeft nauwelijks aandacht voor het meisje, en nog minder voor de baby in de kinderwagen.

De scène is de evidente aankondiging van een tot mislukken gedoemde relatie, zoals er veel meer gestrande relaties langs komen. De kindvaders, voor zover die überhaupt nog een rol spelen in de levens van hun eerdere (bed)partners, verdwijnen al snel uit de film. Perla komt er alleen voor te staan, en datzelfde overkomt de nog jongere Jessica, die in de eerste scènes van de film nog zwanger rondloopt met een voor het jonge lijf bijna surrealistisch bolronde buik.

Die mislukte relaties – ‘relaties’ hier voor wat het waard is, waarschijnlijk eerder onbeschermde puberverkenningen bij een ontluikende seksualiteit – liggen in het verlengde van wat de jonge moeders in hun eigen jeugd hebben meegemaakt. In het geval van Perla krijgen we de coördinaten mee van een alcoholische moeder, die bovendien veelal afwezig is geweest; een oudere zus van Perla, die ook nog een belangrijke rol krijgt in Jeunes mères, heeft haar opvoeding deels ter hand moeten nemen. Ariane, een van de andere hoofdrolspelers, gaat in de film wel op bezoek bij haar moeder, wat leidt tot een treurigstemmende scène met dreiging van geweld, waarbij het onvermogen van Arianes moeder – achtervolgd door een alcoholprobleem en zelf ook slachtoffer in een gewelddadige relatie – én Arianes worsteling met dat onvermogen, met de onmogelijke keuzes die Ariane als moeder moet maken in het belang van haar kind, hartverscheurend in beeld worden gebracht. Jessica op haar beurt is lange tijd op zoek naar de voor haar onbekende moeder, die destijds afstand had gedaan van haar dochter en haar ook nu nog niet in haar eigen leven durft toe te laten. Het moment dat de (groot)moeder, Jessica en haar kind elkaar uiteindelijk toch bij elkaar brengt, geënsceneerd bij een zijingang van een haveloos pand op een dertien in een dozijn bedrijventerrein, is ook al zo’n krachtig fragment in de vertelling van Jeunes mères.

Waar Sorry, baby – dat tegelijkertijd met Jeunes mères in de bioscopen draait – de kijker speels, humorvol maar tegelijkertijd ook ongenadig confronteert met de menselijke seksuele drift die, generatie na generatie, schuldeloze baby’s in hun nog komende levens onontkoombaar parten zal gaan spelen en zal beschadigen, daar focust de film van de Dardennes zich alleen indirect op het lot van die baby’s. In Jeunes mères richt de aandacht zich eerst en vooral op het doorzettingsvermogen en de soms bijna instinctieve mentale kracht van de moeders, daarin bijgestaan door de rustige, volhardende empathische betrokkenheid van hun begeleiders in het woonhuis. Die warme en openhartige sfeer van het opvanghuis komt treffend naar voren in het dankwoord dat Naïma bij een etentje in de tuin van het complex uitspreekt voor haar medebewoners en begeleiders, wanneer zij de groep gaat verlaten op het moment waarop ze niet alleen een onderkomen voor haar en haar kind heeft gevonden, maar eveneens haar droombaan als medewerker bij de spoorwegen heeft weten te bemachtigen.

Aangrijpend en ongekend sterk is Jeunes mères – en eens te meer omdat een aantal van de rollen door amateurspelers wordt gespeeld – in het tonen van die onvoorstelbare weerbaarheid van de vijf jonge moeders die in deze film – de ene wat meer nadrukkelijk dan de ander – worden gevolgd, steeds met camera’s die de jonge meiden soms bijna letterlijk op de huid zitten, in een cameravoering die ook nog eens het grootsteedse en gedeeltelijk desolate straatbeeld van Luik treffend weet uit te beelden. Een heel mooi voorbeeld daarvan, kort voor het einde van de film, is een scène waarin op een druk kruispunt in de grijze, lawaaiige stad een opeenvolging van auto’s en busjes in een wirwar van beweging toch net genoeg ruimte laat voor de aankomende brommer van Dylan en Julie. Die twee – met zowel Dylan als Julie in glansrollen – vormen het enige koppel in de film voor wie er mét hun jonge kind een hoopvolle toekomst gloort, na een periode waarin beiden dakloosheid en een jarenlange drugsverslaving hebben weten te overwinnen.

Dylan en Julie zijn op dat moment op weg naar een voormalige lerares van Julie, die door hen is uitgenodigd als getuige bij hun voorgenomen huwelijk op te treden. Gevraagd naar de reden waarom kan Julie niets zeggen, maar Dylan legt uit dat haar wens is ingegeven door een door Julie altijd onthouden gedicht – ‘L’Adieu’ van Guillaume Apollinaire – dat de docent in de tweede klas had geleerd. Waarna de voormalige muzieklerares opstaat en naar de piano loopt om daar een fraai uitgevoerde vertolking van het getoonzette gedicht te laten horen, die zij onmiddellijk – en speciaal voor de bij het pianospel meeluisterende baby van het jonge stel – laat volgen door ‘iets vrolijkers’ van Mozart.

Die benadrukking van de kracht van literatuur en muziek komt eerder in de film ook al tot uiting, in de vraag van Ariane aan de voorbestemde pleegouders van haar kind of een van hen een instrument speelt. Ja, saxofoon luidt het antwoord dan. En of zij haar kind dan ook saxofoon willen leren spelen? Niet als die een voorliefde zal blijken te hebben voor gitaar of piano, maar muzieklessen zal de kleine zeker gaan krijgen. Dat motief – dat hier herinneringen oproept aan de manier waarop Viggo Mortensen vorig jaar in The dead don’t hurt ook ruime aandacht gaf aan dat grote belang van muziek – draagt ook bij aan de ontroering die Jeunes mères teweeg weet te brengen. Die ontroering doet in niets onder voor de kracht en warmte die kenmerkend voor een film als The Old Oak van de Engelse meester van het sociale drama Ken Loach. Die volle zalen die zijn films trekken verdient Jeunes mères ook.

Scroll naar boven