Regie: Karim Aïnouz | Met: Iago Xavier, Nataly Rocha, Fábio Assunção | Brazilië, 2024
Het begin van de film is gelijk al sensueel. Twee jongens, broers – maar dat weten we dan nog niet – dansen schaars gekleed om elkaar heen, in de duinen, langs de vloedlijn. Er straalt zowel erotiek als onschuld uit, en daarmee is gelijk de toon van Motel Destino gezet, althans gedeeltelijk. Hoe tijdloos de strandscène ook lijkt, de realiteit blijkt al snel een stuk weerbarstiger en minder romantisch.
Heraldo – uiteraard een speaking name, in een mooie rol van Iago Xavier – geeft aan de kust te willen verlaten, om op reis te gaan naar São Paulo. Dat lijkt de aankondiging van een coming of age-verhaal dat misschien wel de vorm krijgt van een road movie, maar niets is minder waar. Op weg gaat Heraldo wel, maar dan alleen voor een nachtelijke escapade met een in een bar opgepikt meisje, dat het minder goed met Heraldo voor heeft dan hij denkt. Hun reis eindigt in Motel Destino, een op one-night-stands ingericht motel met veel nepleer en latex, waar de gasten steevast de goedkoopste kamer reserveren voor vunzige seks, die door regisseur Karim Aïnouz weinig verhullend in beeld wordt gebracht. Met naast de inzoom op de dampende lichaamsdelen vooral ook veel aandacht voor het kleurrijke, abject lelijke interieur van Motel Destino. Dat vormt in meer dan een enkel opzicht een soms surrealistisch decor voor de hoogst melodramatische gebeurtenissen, die zich conform de wetten van het genre in een opeenvolging van snelle wendingen, met veel humor maar ook met dreiging en onverwachte, soms subtiele dan weer groffe uitweidingen en kleinere terzijdes, voor het oog van de steeds naar houvast zoekende kijker afspelen.
Heraldo is op de loop, nadat tijdens zijn vrijpartij in Motel Destino zijn broer aan het strand wordt vermoord, en Heraldo wordt vanwege zijn afwezigheid verantwoordelijk gehouden voor de moord. Motel Destino, waar niemand hem ooit zal zoeken, wordt zijn toevluchtsoord. Heraldo ontpopt zich daar al snel en wat al te gemakkelijk – en ook dat is melodrama – tot een klusjesman van formaat, die handig is met elektriciteit, en daarnaast ook het meer aardse schoonmaakwerk van de afwerkkamers niet uit de weg gaat, om ondertussen ook voluit te genieten van de lichamelijke geneugten van zijn bazin, de rondborstige Dayana. Ook haar ogenschijnlijk aimabele partner Elias heeft het beste met Heraldo voor, alhoewel hij al snel heel andere en minder vriendelijke gedragingen blijkt te vertonen, en daarin ook een verleden met zich meedraagt.
Macht en bezit, indien nodig met geweld, daar draait het om in Motel Destino. Maar vooral ook om vergeefsheid, banaliteit en absurdisme, dat meer dan aanstekelijk in beeld wordt gebracht. En in die opeenvolging van fraaie, zeker niet esthetisch-onschuldige, vaak ook ziekelijk lelijke beelden zit de echte kracht van Motel Destino. In de beelden, en al net zo in het geluid. Zo blijkt de almaar aanhoudende opeenvolging van orgastische kreten die uit de sekskamers komt wanneer Heraldo daar met Dayana langsloopt bij de ochtendlijke schoonmaaksessies niet afkomstig van het echte werk dat zich op dat moment achter de deuren afspeelt: een afstandsbediening die achteloos op een bed wordt gegooid is voldoende om een eind te maken aan de obscene klanken, die afkomstig blijken van steeds maar draaiende video’s op grote zwartwitschermen. Dat geluid vormt tegelijkertijd een hilarisch contrast met de bordjes ‘silêncio’ aan het plafond van de gang naast de kamers, de gang die als structurerend element in de film – in telkens andere kleurstellingen – steeds maar weer terugkeert.
Er zijn meer elementen die de film in hun herhaling structuur verlenen. Zo zijn er herhaaldelijk uitstapjes van Elias, die Heraldo meeneemt naar de groothandel om de voor het bedrijf benodigde boodschappen in te kopen: flinke voorraden sexspeeltjes, ook in XL-maatvoering, grootverpakkingen schoonmaakmiddelen en lakens. Het binnenterrein dat zich binnen de hoge muren van het domein van Motel Destino bevindt, is – alleen toegankelijk voor de eigenaren – een plek van ontspanning, met onverwachte luxe. Zo is daar een klein zwembad, maar bovendien krijgt het terrein met de dieren die er rondlopen de kenmerken van een kleine privé-dierentuin. En af en toe duikt ook Môco op, een mager, voorovergebogen lopend, steeds glurend mannetje, waarvan alleen de oogopslag al voldoende is om te beseffen dat deze Môco er zo zijn eigen ideeën en interesses op nahoudt en niet al te betrouwbaar is.
Gegluurd wordt er trouwens volop, ook door Elias en Dayana, die door de luikjes van de hotelkamers meegenieten van hun clientèle die zich – mét de aangeleverde speeltjes – soms volop uitleeft in uitbundige vrijpartijen. Dat ook het spel tussen Dayana en Heraldo dan niet onontdekt kan blijven, ligt natuurlijk voor de hand, en zorgt, mét het opvliegende karakter van Elias, voor dreiging van naderend onheil in de film. Onheilspellend zijn bovendien in al hun kleurrijkheid ook de schilderijen die in Motel Destino aan de muren hangen. Ze dragen de signatuur van Bambina, precies de schilderende drugsbarones waar Heraldo nu juist voor op de vlucht is.
Verwacht in Motel Destino verder vooral het onverwachte. Wanneer een voor Heraldo niet onbekende hotelgast dood in zijn bed blijkt te liggen, volgens Elias bezweken aan een overdosis viagra, komt diezelfde Elias – nog in een vrij vroeg moment van de vertelling – met een even inventieve als gruwelijke oplossing om van het lijk af te komen. Het leidt voor Heraldo voor even tot een terugkeer naar het strand, en bovendien tot een van de meer weirde scènes in de film. De scène blijkt een voorbode voor de uiteindelijke grande finale van Motel Destino, waarin zo’n beetje alle plotontwikkelingen samenkomen. De breed opgezette absurdistische intrige mondt uit in een daadwerkelijk surrealistisch tafereel, dat even bizarre als fraaie beelden oplevert. Met een voor Heraldo, zoals dat hoort in het melodrama, uiteindelijk goede afloop met een diepere boodschap. Al is die boodschap voor de loutering die de kijkervaring op zich al biedt minder belangrijk.

