Regie: Alain Guiraudie | Met: Félix Kysyl, Catherine Frot, Jean-Baptiste Durand, Serge Richard | Frankrijk, Spanje, Portugal, 2024
We zijn onderweg, per auto, in een lieflijk Frans, herfstachtig landschap. Maar waarnaartoe? Het duurt te lang. De weg daalt, en slingert, om uiteindelijk uit te komen in het midden van een klein plattelandsdorp. De auto wordt geparkeerd aan de kant van de weg, bij de plaatselijke bakker. Die is dicht. Zoals in het uitgestorven dorp meer niet meer is wat het vroeger wel was. Her en der zijn de zo kenmerkende en betreurenswaardige borden ‘A vendre’ zichtbaar. En we betreuren ook een dode. De bakker, Jean-Pierre Rigal. Jérémie, voor even teruggekeerd in het dorp, condoleert zijn vrouw Martine. ‘Wil je hem nog zien?’ De dode ligt vredig op zijn bed. In de kamer zit eveneens een zoon. De beide mannen schudden elkaar onwennig, en gereserveerd, de hand. Hoe Jérémie zich verhoudt tot het bakkersgezin is niet direct duidelijk. Er broeit iets.
Van alles broeit er, in het tragikomische Miséricorde. Niets is wat het lijkt. Jérémie, vroeger boezemvriend van bakkerszoon Vincent, verlaat het huis die avond niet meer, en zal daar uiteindelijk nog veel langer als gewenste én ongewenste gast inwonen. De eerste avond blijft zijn blik hangen aan een vrij recente strandfoto van de net overleden bakker, naar blijkt zijn vroegere werkgever. Té lang blijft die blik hangen.
De volgende dag gaat Jérémie op verkenning uit, op zoek naar schoolvrienden van weleer. Op een boerderij in het dal, net buiten het dorp, woont de in zichzelf gekeerde Walter. Die treedt Jérémie gereserveerd tegemoet, maar Jérémie weet wel een afspraak te maken om nog een keer langs te komen, voor een borrel. Die afspraak volgt snel, en de pastis vloeit rijkelijk. En ook Miséricorde wordt vloeibaar… Jérémie toont opzichtig zijn seksuele interesse in Walter, die dat geschrokken afwijst. Maar onderhuids is meer gaande. Veel meer. Ook bij Vincent, die het doen en laten van Jérémie met argwaan volgt, en de voormalige bakkersleerling weg wil hebben uit het dorp.
Het leidt in de vroege ochtenden die volgen tot mooie scènes, wanneer Vincent – in de na-uren van de nacht al op pad voor zijn werk – eerst langs gaat bij de nog slapende Jérémie. Allereerst om hem, met steeds meer urgentie, te sommeren op te rotten, en om vooral niet zijn moeder in de luren te leggen met een – in de film langere tijd in de lucht hangende – belofte om de bakkerij van de overleden vader over te nemen. En daarnaast vooral ook om Jérémie duidelijk te maken dat het hem niet zal lukken met zijn moeder naar bed te gaan.
Op het moment waarop we als kijker opnieuw langere tijd gevangen zitten in het uitzicht vanuit een auto op het Franse platteland, nu niet onderweg naar het dorp, maar slingerend steeds dieper het bos in, krijgt de film wederom nieuwe dimensies. Voor zover het allemaal al onschuldig was, het paddenstoelen plukken in het herfstbos en de worstelpartijen tussen de voormalige schoolvrienden, dan komt daar vrij resoluut een einde aan… Jérémie waant zich bij zijn brute handelingen onbespied, en lijkt ook onbespied. Maar dat is buiten de alziende abt van het dorp gerekend, die ter plekke quasi-toevallig als de wolf in vermomming, compleet met paddenstoelenmandje en grote wandelschoenen onder zijn pij, naar de lekkerste en meest zeldzame paddenstoelen zoekt, en een wel heel onheilspellend talent heeft om die ook daadwerkelijk te vinden.
Betrekkelijk alwetend is hij ook, bovendien alomtegenwoordig, en in zijn hoedanigheid als zielenhoeder van de lokale gemeenschap ook vaste gast aan tafel bij Martine. Vincent blijkt verdwenen, en aan haar keukentafel worden, onder het genot van wijn en opnieuw pastis, steeds mooiere theorieën besproken over diens verdwijning. Jérémie weet van niets, Martine speculeert en de abt doet mee. Vincents vrouw zit in toenemende mate van ongerustheid ook aan. Walter drinkt zwijgzaam zijn pastis mee. Ook de plaatselijke politie komt langs, voor de vuist weg formulerend met een opmerkelijke doortastendheid, die de kijker goed kan beoordelen, zoals hij zich ook kan vermaken bij de allengs meer kronkelende vluchtredenaties van Jérémie.
Het net lijkt zich te sluiten, maar dat is buiten de abt gerekend, in een meer en meer absurdistisch, geserreerd en ingetogen gefilmde, maar juist daardoor hilarische plot met talrijke omkeringen. Wie biecht bij wie, wie is op liefdesjacht, wie lost de raadsels op – en wie is nog in staat om onschuldig-naïef de pseudo-idylle van het Franse, wegstervende platteland te aanschouwen? Wellicht de agenten, alhoewel die ook niet weten waar ze moeten kijken bij wat ze uiteindelijk bij de abt thuis te zien krijgen. Heerlijke film!

