Le royaume. Als vissen onontkoombaar gevangen

Regie: Julien Colonna | Met: Ghjuvanna Benedetti, Saveriu Santucci | Frankrijk, 2024

Een onrustige opeenvolging van beelden met een meerennende camera bij het einde van een jachtpartij. Twee gedode wilde zwijnen in een aanhangwagen. Vier mannen die op de rug van dichtbij gefilmd worden, op weg naar een grote vrienden- of familiebijeenkomst. Een van de mannen blijkt een meisje, zodra ze – op een meter van de filmende camera – met de hand achter het hoofd haar haar losmaakt. Het is de aanzet tot een ritueel, waarin Lesia – fraai gecast voor deze rol, met ongenadig mooie, diep in de wereld doordringende ogen – een initiatie in de jagerswereld lijkt te ondergaan. Eén van de opgehangen zwijnen snijdt ze van onderaf van de buik tot aan de hals open, waarna ze, met twee handen diep in het binnenste van het dier verdwijnend, te midden van rondspattend bloed de kilo’s ingewanden van het dode beest naar buiten tilt en uit haar handen op de grond laat vallen.

Wat zich hier impressionistisch en quasi-anekdotisch voordoet, is meteen de kern van de film, die zich alleen ogenschijnlijk in alle rust lijkt te ontwikkelen, maar in feite een niets ontziend rechttoe rechtaan verslag is van een meer en meer onderworpen rakend bestaan in de klauwen van de over generaties heen lopende mijn-dood-is-jouw-dood wereld van de Corsicaanse maffia. Een rechttoe rechtaan verslag dat verrassend sterk doorgecomponeerd is, en dat toch vooral – bij alle onontkoombaarheid in de opeenstapelingen van moordaanslagen en afrekeningen – de nadruk legt op de kleine momenten van empathie, op de mooie ogenblikken van een door vluchten gekenmerkt en ook anderszins vluchtig, te kort bestaan.

Alles begint onschuldig. Lesia ontdekt een eerste verliefdheid, en leeft, opgevoed in de warmte van het gezin van haar tante, haar kleine dorpse leven te midden van de fraaie landschappelijkheid van de Corsicaanse kust. Maar een afspraakje aan het strand mondt uit in een toch altijd weer onverwachtse verplaatsing naar het geheime adres van haar vader, die zich met zijn vrienden ophoudt in een kapitale villa aan zee. Al snel moet hij daarvandaan vluchten, vanwege een onvoorzichtigheid van Lesia, die tegen alle afspraken in vanuit de villa telefonisch contact probeert te leggen met haar vriendje. Het is een steeds herhaalde vlucht, naar steeds weer andere verblijfplaatsen, een vlucht die deels een gevolg is van dreigende aanslagen op Lesia’s vader en zijn vrienden én van de door hen gepleegde moordaanslagen, in een nimmer ophoudende reeks van wraak.

Te midden van die vluchten voltrekt zich stap voor stap Lesia’s initiatie in de moordwereld van de maffia. Tegen alle afspraken in weet ze haar vader te volgen naar geheime locaties en wordt ze een ingewijde. Alles waar over gesproken wordt, dient voor nu en voor altijd geheim te blijven, voor iedereen. En waar Lesia voor veiligheid moet kiezen, ontstaan er al gauw codewoorden: ‘Ga wandelen’. Het zijn strikte codes die – mooi, want net even anders en verlichtend, humorvol bijna – terugkeren in het verdere verloop van de film. Zeer mooi zijn daarnaast, qua beeld, tekst en gefilmde omgeving, en vooral ook in de tijd die daarvoor uitgetrokken wordt, de sequenties die vader en dochter tonen, vissend in een klein bootje nabij de zeekust, waar Lesia vertelt over een – door haar vader weggelachen (‘alleen een toeristenverhaal’) – wonderlijke visvangst.

Een hoogtepunt in de film – na een reeks van doorzeefde auto’s en omgekomen maffiavrienden, met beelden die én in ‘real time’ en in samenvattende herhaling voor alle betrokken nog eens op tv worden vertoond – is het samenzijn van Lesia met haar vader in hippie-vermomming, als toeristen op een camping. Dat zij daar met de camper aankomen lijkt vooral een keuze om op te gaan in de anonimiteit van het toerisme, maar is feitelijk ook weer onderdeel van een strak geregisseerde, tot in alle voorbereidende details doordachte moordpartij, waarbij een belangrijke rivaal zonder ook maar enige consideratie uiterst kil uit de weg geruimd wordt. Maar dat komt later. Daaraan voorafgaan ontroerende – fraai gespeelde – scènes: de ook hier weer minutenlang uitgesponnen gesprekken tussen vader en dochter, waarbij Lesia veel hoort over haar moeder, en de eerste, gelukkige jaren van haar ouders in Venezuela, gesprekken die op gang gebracht worden door de laid back latin jazz songs van Astrid Gilberto en de ook bij naam aangehaalde Antônio Jobim. Het zijn gesprekken die tevens het onafwendbare lot van de vader naar voren brengen. Gedoemd om te doden en steeds te vluchten voor de dood, omdat hij wraak heeft genomen voor de wrede moord op zijn vader, waarvan hij – inmiddels 59 en ouder dan hij ooit voorzien had te zullen worden – als opgroeiende jongeman direct en van heel dichtbij getuige is geweest. Dat noodlot strekt zich over generaties uit, en treft daarom ook Lesia.

Jagen doet Lesia lange tijd alleen maar tegen haar wil, omdat het een manier is om af en toe heel kostbare tijd met haar vader door te kunnen brengen. Een jachtscène – als afwisseling van de ook in de film aanwezige zwemscènes die de film rust en licht verlenen – toont hoe Lesia haar prooi van twee zwijnen nog net niet weet te raken… Misschien te ver weg, of misschien was er wind. Maar uiteindelijk is ook Lesia de jager, waar ze na de brute moordpartij op haar vader – net onderweg in hun auto na zo’n mooi verstild moment van zwemmen – wraak neemt op zijn dood. En dit keer schiet ze in twee keer wel twee keer raak: eerst doodt ze de onschuld, vermomd als levensgrote roze teddybeer, dan doodt ze de haar bekende dader van de vadermoord.

Alles onontkoombaar, zonder hoop op ontsnapping. En toch… wat blijft is het verhaal van die wonderlijke visvangst. Symboliseert het een onverhoeds, maar onherroepelijk gevangen raken, of symboliseert het vooral het ongerijmde, de overtuigend krachtige aanwezigheid van iets wat onbestaanbaar is, en daarmee in een split second een tot in onbedaarlijk schaterlachen geuit vrij, tijdloos moment oproept, los van alle onontkoombaarheid. Waarschijnlijk is de eerste betekenis de juiste, maar tegelijkertijd biedt de tweede lezing een fantastisch, kortstondig bevrijdend beeld.

Scroll naar boven