Small Things Like These. ‘I’m Bill Furlong, the coal man’…

Regie: Tim Mielants | Met: Cillian Murphy, Eileen Walsh, Michelle Fairley, Clare Dunne, Helen Behan, Emily Watson XXX | Ierland, België, 2024

Small Things Like These is een wonderschone titel voor een film van alledaagse, maar al te graag verdrongen wreedheden. Wreedheden die je naar de titel van W.F. Hermans’ eerste nooit voltooide roman kunt scharen onder argeloze terreur, waarbij het argeloze voor wie maar genoeg wegkijkt iets van een vanzelfsprekendheid of onontkoombaarheid heeft die maar het beste genegeerd kan worden. Maar terreur is het, argeloos allerminst, want volkomen berekenend met een systematische onderdrukking en manipulatie van een totale gemeenschap. Wie zich te midden van deze terreur als argeloze voordoet is medeplichtige, en dat zijn er met alle wegkijkers en vergoelijkers veel te veel.

De fotografie waarmee de film opent is prachtig, en tegelijkertijd al onheilspellend. Stills en langzaam ingezoomde beelden van gebouwen en straten in een dorpje, bij dageraad of nog net daarvoor, in bijna expressionistische tinten die doen denken aan de landschappen van Egon Schiele en Max Beckmann. Donker en grauw, aan de auto’s te zien ergens aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw of nog net iets later. Ierland in de winter, in de regen, donkergrijs. Na die opening verplaatst de handeling zich al snel naar het hoofdpersonage Bill Furlong (Cillian Murphy), die met zijn kleine bedrijfje in ‘coal and fuel’ het dorp en de wijde omgeving van kolen, turf en gasflessen voorziet.

Een vrolijke figuur is deze Bill allerminst, en een standvastige figuur lijkt hij ook niet. Timide, angstig, en nauwelijks in staat om uiting te geven aan de onvrede die aan hem knaagt, voert hij zijn dagelijkse routine uit en brengt hij de bestelde brandstoffen, voornamelijk steenkool, aan de man. Voor elke klant gaan één of meer in grof-witte plastic zakken verpakte zakken kool op de schouder om aan huis of in het kolenhok te worden afgeleverd. Waarna Bill zich weer achter het stuur zet op weg naar de volgende stop. Nog vrij aan het begin van de film houdt hij halt bij het passeren van een jongetje dat op weg is naar huis met enkele gesprokkelde takken in een rugtas. Bezorgd vraagt hij – tussen lange stiltes door – enkele keren hoe het gaat, om het ventje uiteindelijk wat uit een broekzak opgediept kleingeld toe te steken. Het weggeven van dat geld wordt hem vervolgens thuis door zijn vrouw kwalijk genomen, want de vader zal het geld – dat in het gezin van Bill ook meer dan welkom is – toch maar opmaken aan drank.

De gevoeligheid van Bill, zijn schuchterheid en zijn in de film steeds terugkerende schichtige en ontwijkende blikken – terwijl hij ook confrontaties uit de weg gaat en inkeert in stilzwijgen – worden beetje bij beetje verklaard vanuit lange in de toch al trage film ingemonteerde flashbacks. Ogenschijnlijk is Bill opgegroeid in weelde, heeft hij weinig armoede gekend, maar in het grote huis waar zijn alleenstaande moeder – en binnen de context van de film heeft dat de nodige betekenis – werkt, komt diezelfde moeder onverwachts te overlijden wanneer zij, buiten met de wasmand op het erf, voor de ogen van haar zoon plotseling neerstort. Uit mededogen ontfermt Mrs. Wilson zich over de kleine jongen, die naar al eerder duidelijk is geworden – zijn moeder wast speeksel uit zijn jas – op school wordt gepest. In een film waarin veel impliciet blijft maar de suggestie van het grotere thema maar al te duidelijk wordt zou dat alles te maken kunnen hebben met die alleenstaande moeder en de ontbrekende vader, al vervult Ned, een andere bediende/werknemer in het huis van Mrs. Wilson, wel een soort vaderrol voor Bill, en lijkt er ook sprake te zijn van een liefdesrelatie tussen Ned en Bills moeder.

De wreedheid van Small Things Like These komt tot uiting op de momenten waarop Bill het nonnenklooster annex wasserij bezoekt.[1] De eerste keer zien we hoe hij, verdekt opgesteld onder het afdak van een kolenschuurtje in de schaduw getuige is van de gedwongen opname van een jonge vrouw, die ondanks veel tegengesputter en geschreeuw door haar moeder en een non het pand binnengeduwd wordt, waarna de deur hardvochtig wordt gesloten. Op een later moment staat diezelfde deur open en glipt Bill naar binnen, om een achterstallige betaling van de geleverde kolen alsnog te innen, maar vooral om een glimp op te kunnen vangen van wat hij al lang weet, en wat in de hele dorpsgemeenschap als een publiek geheim geldt: de stelselmatige mishandeling van de jonge meisjes die dienst moeten doen in het klooster. Eén van hen smeekt Bill in een onbewaakt moment haar daar weg te halen, iets waaraan Bill niet zegt te kunnen voldoen, omdat hij niet ‘in de positie is’.

Een derde bezoek, daags na het tweede en nog in de nacht ver voor dageraad, wanneer Bill de toegezegde nalevering van kolen en turf in het kolenschuurtje zet, maakt de mishandeling voor de kijker expliciet op het moment waarop Bill daar een weggedoken meisje aantreft. Hij weet haar uiteindelijk te overtuigen weer naar binnen te gaan, waarna enkele scènes vol schijnheiligheid de ware proporties en de alomvattendheid van het misbruik en de vileine katholieke manipulaties tonen, op een bijna achteloze wijze. Maar ze maken ze maar al te duidelijk hoe het nonnenklooster daarmee het totale dorp in een gietijzeren greep houdt, in het bijzonder ook Bill, wiens vrouw Eileen – voor wie vanuit het klooster aan Bill een gevulde envelop overhandigd wordt – alle manipulaties wil trotseren, ‘om vooruit te komen in het leven’. Bill weet zich als vader van vijf dochters die voor hun onderwijs allemaal van datzelfde klooster afhankelijk zijn vastgeklemd in zijn bestaan, omdat hij voor zijn klandizie van het klooster en van de totale dorpsgemeenschap afhankelijk is.

Bill slaagt er uiteindelijk toch in zich aan die wurgreep te onttrekken, wanneer hij het meisje een tweede maal in vergelijkbare omstandigheden aantreft. Hij weet het vertrouwen van Sarah Redmond te winnen: ‘I’m Bill Furlong, the coal man’… Ze kennen elkaar nadat Bill Sarah al net voor het verlaten van het klooster bij het eerdere bezoek haar naam had ontfutseld, waar moeder-overste denigrerend en ont-individualiserend het meisje eerder alleen toesprak als ‘Girl’. Bill voert Sarah weg, dwars door de stad heen, en in de nachtelijke uren – waar nog wel wat al te veel mensen op straat zijn – voor zeer velen zichtbaar. Het zal het einde van zijn maatschappelijke standing impliceren, maar vormt – ondanks het sentiment – tevens het krachtige statement van de film. De film die precies op het juiste moment stopt.

Waarna de kijker met de aftiteling die meldt dat de film is opgedragen aan de 56.000 slachtoffers van katholiek misbruik over een periode van meer dan zeventig jaar (1922-1998) alle tijd krijgt om de klein gehouden, trage meedogenloosheid van Small Things Like These, met alle implicaties die in de titel verscholen liggen, langzaam en goed tot zich te laten doordringen. Het dorpslandschap met kerk ziet er voorgoed en nooit meer onschuldig uit.


[1] Small Things Like These verwijst naar het misbruik in de ‘Magdalene laundries’: https://en.wikipedia.org/wiki/Magdalene_Laundries_in_Ireland

Scroll naar boven